Bestaat de geluksfabriek?

Her en der lees je vandaag artikels in de media waarin men organisaties aanzet om werk te maken van de nieuwste rage in HR-land: het aanstellen van een Chief Happiness Officer. De bedoeling van deze functie zou erin bestaan om vanuit een organisatie bij te dragen tot het geluk van de medewerkers. Graag formuleren wij een aantal bedenkingen bij dit verschijnsel dat komt overwaaien vanuit de Verenigde Staten.

1. Eerst en vooral: wat is professioneel geluk?

En hoe kunnen we dat best omschrijven? We stellen bijvoorbeeld vast dat de Belgen schijnbaar lage eisen stellen op dit vlak: wij scoren hoog in Europa op vlak van onder andere tevredenheid met het werk, ‘work life balance’, en ‘happiness’. Toch stellen wij vast dat:

  • het aantal langdurig zieken omwille van psychische redenen de pan uit swingt: 2 op 3 Belgische werknemers hebben last van structurele stress op het werk.
  • En de Belg wenst nog altijd voor zijn 61ste jaar met pensioen te kunnen gaan.

Zou het kunnen dat wij bij het binnenrijven van een arbeidscontract van onbepaalde duur (90% van de Belgische werknemers in loondienst werkt met type contract), al dan niet onder sociale druk, onze ambities op vlak van werkgeluk bijsturen en deze dan maar vrij eenzijdig delegeren en toevertrouwen aan de organisatie waarin wij werken?

2. Wat met de rol van de leidinggevende, van HR en van de preventieadviseur?

Wij denken dat de direct leidinggevende, al dan niet in samenspraak met HR en met de preventieadviseur het best geplaatst is om – vanuit de organisatiekant – voor elk van zijn medewerkers een context op maat te creëren die bijdraagt tot professioneel welbevinden.

3. Geluk is geen ‘one fits all’-gegeven

Geluk wordt bovendien – nog meer dan door werk- bepaald door het hebben van hechte relaties. Hoogstens kunnen wij dus in een organisatie werken aan een context die bijdraagt tot professioneel welbevinden. Dat kan door het bieden van een breed palet aan opties met betrekking tot het statuut, de arbeidsduur en waar en wanneer er gewerkt wordt. En waaruit het individu autonoom een keuze kan maken. Of via het voorzien van ‘jobcrafting’ en ‘jobsculpting’, zodat de jobinhoud van de medewerkers maximaal in lijn ligt met hun talent en interesses.

Op die manier werken wij bovendien aan meer zingeving en engagement. Uit een eerder onderzoek blijkt dat medewerkers die zich professioneel gelukkig voelen, om die reden ook bereid zijn langer door te werken.

4. Is de organisatie verantwoordelijk voor het geluk van zijn medewerkers?

Onwillekeurig wordt immers de indruk gewekt dat het geluk van medewerkers afhankelijk zou zijn van de inspanningen die een organisatie daarvoor in het werk stelt. Terwijl dit een op zijn minst een gedeelde verantwoordelijkheid is. Elke medewerker moet zich zelf de vraag stellen hoe hij of zij professioneel gelukkiger zou kunnen worden en wat daarvoor in stelling moet gebracht worden. Het is aan de medewerker om veerkracht te tonen en om initiatieven te nemen in die richting.

5. Gelukkig zijn, blijkt de nieuwe norm te zijn

Iedereen moet ernaar streven om gelukkig te zijn. Wie ongelukkig is, hoort er niet bij, en kan doorgaans op weinig begrip rekenen in zijnomgeving. En we moeten vooral niet teveel klagen (cf. Campagne ‘30 dagen zonder klagen’). Wie ongelukkig is, roept het beste professionele hulp in of vereenzaamt. Psychiater Dirk De Wachter weerlegt dit: ‘ongeluk’ hoort net zoals ‘geluk’ bij de normale gang van het leven. En wij willen daar meteen graag aan toevoegen dat het een belangrijke motor kan zijn van verandering en vernieuwing.

Lees in dat verband maar eens de ervaringen na van de straatkinderen en hun wil om uit hun armoedig bestaan te ontsnappen in de publicaties van Arnoud Raskin (Streetwize). Misschien moeten we ons in die zin collectief net iets meer bewust worden van hoe wij de ambities en verwachtingen die wij ooit koesterden ten aanzien van werk, los van de verloning, na verloop van tijd netjes hebben verdrongen en ingeruild voor gewone ‘tevredenheid’? Zou een heel klein beetje ongelukkig zijn gewoonweg niet beter kunnen zijn (dixit Stijn Meuris)?

Als u het ons vraagt is de ‘happiness industry’ niet meer dan een hype. Een fenomeen dat tijdelijk veel aandacht trekt, maar op relatief korte termijn weer in de anonimiteit zal verdwijnen. Zoals de Millet-vesten, de flippo’s en de witte wagens.

Share on pinterest

Plaats een reactie

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.