Moeten we burn-out erkennen als arbeidsongeval of beroepsziekte?

Een burn-out is het gevolg van een langdurig onevenwicht tussen wat het werk vraagt en wat de werknemer aankan. We kunnen dus niet van een plotselinge gebeurtenis spreken, noch van het werk als enige oorzaak.

Het werk is wel een belangrijke, maar niet de hoofdoorzaak van burn-out. De vraag tot erkenning als arbeidsgerelateerde ziekte is dus een goede zaak.

Eind januari voorzag de PS opnieuw een parlementaire vraag over de erkenning van burn-out als een beroepsziekte. Eerder pleitte ook al de socialistische vakbond ABVV ervoor om alle stressgerelateerde ziektes als beroepsziektes te erkennen. En in 2014 opperde Groen zelfs om burn-out als een arbeidsongeval te beschouwen.

De bezorgdheid achter deze voorstellen is volledig gerechtvaardigd. Er is een te hoog (Stichting Innovatie & Arbeid, Securex) en misschien zelfs stijgend (RIZIV, Securex) aantal gevallen van burn-out, en werkgevers pakken de problematiek nog steeds niet genoeg aan. Dit laatste blijkt uit een recente en grootschalige bevraging (eind 2014) door Securex van 600 werkgevers. Nog niet eens de helft (47%) van de grote organisaties en slechts 23% van de kleine organisaties had toen een beleid gericht op burn-out. En slechts een minderheid van de bedrijven mèt een beleid had een actieplan om de oorzaken van burn-out aan te pakken. Hun beleid beperkte zich vooral tot de verplichte psychosociale risico-analyse, re-integratie van langdurig afwezigen, sensibilisatie van werknemers, en begeleiding bij individuele problematiek. Voor preventie was (is?) onvoldoende aandacht.

Maar is erkenning als beroepsziekte of arbeidsongeval wel de juiste weg? Daarvoor vergelijk ik de definities van burn-out, beroepsziekte en arbeidsongeval.

Wat is een burn-out?

De wetenschappelijke literatuur omschrijft burn-out als langdurige psychische vermoeidheid door het uitgevoerde werk[1]. Het is een werkgerelateerd syndroom met drie symptoom-dimensies[2]: mentale uitputting, cynisme tegenover klanten, patiënten, collega’s of de job zelf, en een gevoel van afnemende competentie.

Ook Securex definieert burn-out als een gevolg van structurele werkstress. Maar dit betekent niet dat werkstress de enige oorzaak is. De exacte definitie van Securex luidt als volgt: “Burn-out is een toestand van mentale uitputting die het gevolg is van een structureel onevenwicht tussen de draaglast opgelegd door de arbeidssituatie/-context en de draagkracht van het individu.”

Burn-out is geen beroepsziekte en zeker geen arbeidsongeval

Het Fonds voor beroepsziekten is duidelijk: “Beroepsziekten zijn ziekten die veroorzaakt zijn door het uitoefenen van een beroep. Maar niet iedere ziekte die men op het werk oploopt is een beroepsziekte. Om een ziekte als beroepsziekte te laten erkennen, moet de rechtstreekse en determinerende oorzaak in verband staan met het beroep. Indien er dus meerdere redenen kunnen zijn waarom het slachtoffer een ziekte heeft gekregen (bv. privéomstandigheden), dan zal het slachtoffer hiervoor niet vergoed worden.” Het werk moet dus de enige oorzaak zijn voor een erkenning als beroepsziekte.

Even duidelijk is het Fonds voor arbeidsongevallen: “Een arbeidsongeval is een ongeval dat door een plotselinge gebeurtenis tijdens en door de uitoefening van de arbeidsovereenkomst of het ambt is gebeurd en een letsel heeft veroorzaakt.” Psychisch opbranden zouden we als een letsel kunnen beschouwen, maar is dat opbranden het gevolg van een korte gebeurtenis?

… maar wel een arbeidsgerelateerde ziekte

Het Fonds voor beroepsziekten erkent ook arbeidsgerelateerde ziekten: “Arbeidsgerelateerde ziekten zijn geen beroepsziekten. Het gaat om ziekten waarbij de blootstelling aan een bepaald risico groter is dan die waaraan de bevolking over het algemeen onderhevig is. Het is niet nodig dat de invloed van het werk de hoofdoorzaak is van de ziekte.” Het werk is dus een belangrijke oorzaak, maar niet de enige.

Als een burn-out het gevolg is van een langdurig onevenwicht tussen wat het werk vraagt en wat de werknemer aankan, kunnen we niet van een plotselinge gebeurtenis spreken (arbeidsongeval), en ook niet van het werk als enige oorzaak (beroepsziekte). Het werk is wel een belangrijke, maar niet de hoofdoorzaak (arbeidsgerelateerde ziekte).

De draagkracht van het individu speelt een minstens even belangrijke rol als de werksituatie. Ook werkgevers delen de mening van een gedeelde verantwoordelijkheid tussen werkgever en werknemer bij het ontstaan van een burn-out. En zelfs de werksituatie heeft de werkgever niet volledig in de hand, door externe factoren waarop bedrijven niet altijd vat hebben. De vraag tot erkenning van burn-out als arbeidsgerelateerde ziekte door de Minister van Volksgezondheid Maggie De Block is dus correct.

En wat nu?

Drie partijen zouden dus best pro-actief en elk op hun terrein aan oplossingen werken om een burn-out te voorkomen: de werkgever, de werknemer/patiënt en de overheid. In het ideale plaatje zorgt de werkgever voor structurele ingrepen door een gerichte aanpak van de mogelijke burn-out risico’s in zijn organisatie. De werknemer werkt voortdurend aan een job op zijn maat en versterkt tegelijkertijd zijn mentale veerkracht. De overheid tenslotte, werkt dan best op externe factoren zoals loopbaanzekerheid (bv. sociale stelsels die van werk veranderen aanmoedigen ipv ontmoedigen), mobiliteit (bv. betrouwbare alternatieven voor de auto, woon- werk- en winkelkernen koppelen aan openbaar vervoer) en onderwijs (bv. mentale veerkracht in het leerplan).

De erkenning van burn-out als arbeidsgerelateerde ziekte laat de overheid toe om samen met het Fonds voor beroepsziekten preventieprogramma’s te ontwikkelen. Ik kijk uit naar een programma dat verder gaat dan dat voor die andere arbeidsgerelateerde ziekte, nl. rugpijn. Want dat is geen preventieprogramma, wel een revalidatieprogramma. De missie van de eind april geboren ‘Commissie voor de hervorming van de beroepsziekten van de 21e eeuw’ stemt mij hoopvol. Want die is vooral gericht op het onderzoeken van mogelijke preventie van beroepsrisico’s.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in De Morgen.

[1]     Schaufeli, W.B., Taris, T., & Houtman, I. (2000). Algemene samenvatting en conclusies. In: I.L.D. Houtman, W.B. Schaufeli, & T. Taris (Red.). Psychische vermoeidheid en werk. (p.9-17). Alphen aan den Rijn: NWO/Samsom.
[2]     Schaufeli, W., & van Dierendonck, D. (2000). Utrechtse Burn-out Schaal: Handleiding, Lisse: Swets en Zeitlinger, 2000.
Share on pinterest

Plaats een reactie

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.